Bekentenissen van een Hofstadverdachte

AMSTERDAM - Hofstadverdachte Rachid was de beste vriend van Mohammed B., moordenaar van Theo van Gogh.

Kort voordat hij de moord op Theo van Gogh pleegde, was Mohammed B. diep teleurgesteld in de groep jongens die nu bekendstaat als het Hofstadnetwerk. De meeste jongens kwamen vooral voor de gezelligheid bij hem thuis. ‘Mohammed zei: het is hier geen coffeeshop! Hij wilde dat ze serieus over de islam praatten.’

Dat zegt Rachid, de beste vriend van Mohammed B., in een interview met de Volkskrant. Het is de eerste keer dat een bezoeker van de zogenoemde huiskamerbijeenkomsten vertelt over de periode die vooraf ging aan de moord in 2004. Rachid, die alleen met zijn voornaam in de krant wil, doet ook uit de doeken hoe B. in contact kwam met de Syriër Abu Khaled, de verondersteld geestelijk leider van de Hofstadgroep.

Het Openbaar Ministerie beschouwt de huiskamerbijeenkomsten als de gelegenheid waar de terroristische organisatie ontstond. Of B.'s frustraties over deze groep hem hebben aangespoord een daad te stellen, weet Rachid niet. ‘Ik denk dat Mohammed oprecht vond dat Van Gogh dood moest omdat hij de profeet had beledigd.’

Rachid zat veertien maanden vast wegens deelname aan de Hofstadgroep. In 2006 werd hij vrijgesproken. Hij snapt dat hij werd opgepakt; de politie moest wel alle sporen volgen. ‘Maar het had nooit zo lang mogen duren.’ Hij meent dat rechters zich te veel hebben laten leiden door de angst voor terrorisme. ‘De rechter-commissaris, die over mijn voorarrest moest oordelen, was zó emotioneel over Van Gogh. Ik kreeg het idee dat hij niet objectief kon oordelen.’

Maar, zegt hij, voor rechters zijn dit soort zaken ook nieuw. ‘Ik begrijp dat op terrorisme hogere straffen staan, maar er moet wel bewijs zijn. In het Hofstadproces ging het erom of je een radicaal gedachtengoed hebt. Hoe kun je daar nou een alibi voor hebben?’

Woensdag doet het gerechtshof in Den Haag uitspraak in het hoger beroep tegen zeven Hofstadverdachten.