De rechtsstaat is meer solide dan we denken

Peter Plasman was dit jaar raadsman van Mohammed B., de man die het land de stuipen op het lijf joeg.

Amsterdam, 31 dec. Het jaar van Peter Plasman begon eigenlijk veertien maanden geleden. Op 2 november kreeg Plasman, advocaat te Amsterdam, een telefoontje van een collega van een ander kantoor. Zij had als piket-advocaat een cliënt toegewezen gekregen. Zelf zag ze niet veel in zo’n grote strafzaak. „Dit lijkt me wel een klusje voor jou”, zei ze. „Is goed”, zei Plasman meteen. De volgende ochtend om kwart voor acht zag hij zijn cliënt in het gevangenisziekenhuis in Scheveningen. Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, was door een politiekogel in zijn been geraakt.

Wat vond u van de aandacht die deze zaak kreeg?

„Ik heb eerder grote zaken behandeld, maar de media-aandacht voor Mohammed B. was ongekend. Elke scheet die hij liet werd als nieuws gebracht. Het maakte niet uit wat, als Mohammed B. maar genoemd kon worden. Ook door politici. Mensen konden niet begrijpen wat er gebeurd was. Ze konden het gedrag en de motieven van B. niet bevatten. De gedachte bij de moord op Pim Fortuyn door Volkert van der G. was: iemand heeft een ander vermoord. Nu lag het anders. Bij mijn cliënt was er een combinatie van factoren als de islam, Marokkanen, integratie en een overtuigingsdaad, die de belangstelling onophoudelijk groot maakte en nog steeds maakt.”

Sommige Kamerleden bekritiseerden rechters openlijk na vrijspraak van een terreurverdachte. Hoe interpreteert u de vele voorstellen van politici om terreur te bestrijden?

„Als Kamerleden Wilders en Nawijn iets roepen, weet je wie het zeggen. Nawijn hoorde ik bij Nova zeggen dat voorbereidingshandelingen strafbaar zouden moeten zijn. Die zijn al zo lang strafbaar, dat weet die man niet eens. Maar dat fractievoorzitter Verhagen van het CDA zei dat hij liever één onschuldige vast heeft dan tien schuldigen vrij, is een schok. Dat soort taalgebruik zou ik begrijpen in een oorlogssituatie, of bij een reeks terreuraanslagen in Nederland. Maar als gevolg van één daad van één individu dat het openbaar ministerie wilde laten onderzoeken in het Pieter Baancentrum omdat men twijfelt aan zijn geestesgesteldheid. Onbegrijpelijk!

Politici komen sinds 2 november met alle gemak met voorstellen, ze passen wetten aan of wijzigen die of willen verworvenheden die vanzelfsprekend leken veranderen. Desondanks hebben we niet alles wat we in jaren hebben opgebouwd, overboord gegooid. Het is terecht dat de bevoegdheden van de overheid jegens de burgers in de wet zijn vastgelegd. Ze blijken ook zo stevig te zijn verankerd, dat ze niet zo maar veranderd kunnen worden door willekeurige Kamerleden.”

Kreeg u, als advocaat van Mohammed B., kogel- en dreigbrieven?

„Ik heb nergens last van gehad. Kennelijk kan men in Nederland de rol van een advocaat in een strafzaak goed inschatten. Ik heb één dreigbrief ontvangen, in het begin. Er kwam een politiehuisje voor mijn huis, na tien dagen verdween het. Ik weet nog steeds niet waarom de beveiliging er kwam, en waarom die weer zo abrupt werd beëindigd. Nooit naar gevraagd, het interesseert me niet.”

Is dat het enige goede nieuws?

„Nee. Mij is opgevallen dat ons strafrechtsysteem meer solide is dan we denken. Er zit een buffer in de beveiliging van ons systeem tegen ad hoc-ideeën en wilde plannen van politici. Geruststellend vond ik ook hoe strafrechtelijke professionals als rechters en officieren van justitie met de zaak van Mohammed B. omgingen. Ondanks de hectiek in de politiek en media werd de zaak op een normale wijze gevoerd. Ook in de samenleving was meer rust dan ik verwachtte. Misschien is het ook beter voor de samenleving als we deze zaak achter ons laten.”

Moeilijk. Mohammed B. staat weer terecht, nu in het Hofstadproces.

„Dit proces tegen veertien verdachten staat officieel los van de moord op Van Gogh, maar zonder die moord hadden de verdachten nooit dertien maanden in voorarrest gezeten. Zonder die moord was dit proces er niet eens gekomen. Mohammed B. hoeft voor stráf niet te worden berecht – hij heeft al levenslang.”

Ondertussen...

„...blijft het openbaar ministerie zo de aandacht op Mohammed B. vestigen. Door mijn cliënt in de actualiteit te houden, maakt justitie zijn bekendheid én populariteit bij sommigen alleen maar groter.”