Ook Eyeworks formeel verdachte in VUmc-affaire

Het Openbaar Ministerie heeft vandaag laten weten dat zowel het ziekenhuis VUmc als het bedrijf Eyeworks formeel verdachten zijn in het strafrechtelijk onderzoek naar de affaire rond het televisieprogramma '24 uur: tussen leven en dood.'

Het OM laat vandaag weten dat nog geen bestuurders als verdachte zijn aangemerkt. Dat is in tegenspraak met de informatie die het Openbaar Ministerie tot nu toe aan betrokkenen verstrekte. Donderdag 31 mei vertelde advocaat Peter Plasman in Nieuwsuur over een telefoongesprek dat hij had gevoerd met de verantwoordelijke zaaksofficier van justitie in dit strafrechtelijk onderzoek, mevrouw Pleun Wijffels. Officier Wijffels had Plasman laten weten dat zowel zowel de organisatie VUmc, alsook de voorzitter van de Raad van Bestuur Elmer Mulder, alsook het hoofd van de spoedeisende hulp Jaap Bonjer, aangemerkt waren als verdachten.

Het Openbaar Ministerie liet in reactie na die uitzending weten dat het die de mededelingen aan Plasman van zaaksofficier Wijffels 'niet kan bevestigen of ontkennen' omdat mevrouw Wijffels 'op vakantie is en onbereikbaar'.

De zaaksofficier is inmiddels nog steeds niet bereikt, aldus het Openbaar Ministerie vandaag, waardoor de mededelingen van Wijffels nog steeds 'niet bevestigd of ontkend kunnen worden'.

Desondanks laat Advocaat Plasman Nieuwsuur per mail weten dat hij nog steeds achter zijn weergave van het telefoongesprek staat:

In reactie op uw vragen van hedenmiddag betreffende VUmc bericht ik u als volgt. Eind april jl. heeft de zaaksofficier van justitie mr. Wijffels mij gebeld om mij over het verloop van de zaak te informeren. In het gesprek dat volgde nadat ik mr. Wijffels heb teruggebeld heeft mr. Wijffels mij aangegeven dat er op dat moment verhoren plaatsvonden (dat bleken verhoren van de aangevers te zijn); tevens deelde mr. Wijffels mij mede dat er de komende weken verhoren van medewerkers van VUmc zouden gaan plaatsvinden. Op mijn vraag of deze medewerkers als getuigen of als verdachten zouden worden gehoord gaf mr. Wijffels aan dat zij als getuigen zouden worden gehoord, met uitzondering van de in de aangifte genoemde personen, te weten VUmc als organisatie, de heer Mulder en de heer Bonjer; laatstgenoemden zouden als verdachten gehoord worden, hetgeen overigens gezien het gestelde in de aangifte in mijn visie niet meer dan logisch en juridisch gezien zelfs noodzakelijk was en is. Met vriendelijke groet, J.P. Plasman