Oud-minister Hermans getuige in fraudezaak op Onderwijs

DEN HAAG - Oud-minister Hermans (Onderwijs) moet voor de rechter-commissaris een getuigenverklaring afleggen over zijn betrokkenheid bij de zogeheten Jamby-zaak. Ambtenaren van het ministerie van Onderwijs pleegden volgens het openbaar ministerie valsheid in geschrifte bij de afwikkeling van een zakelijk conflict met multimediabedrijf Jamby van Adam Curry.

Dit heeft de politierechter in Den Haag gisteren besloten tijdens de eerste zittingsdag tegen de drie oud-medewerkers van de directie ICT van het ministerie van Onderwijs. Naast Hermans, tegenwoordig voorzitter van MKB-Nederland, moeten dertien andere getuigen voor de rechter-commissaris verschijnen. Onder hen zijn voormalig secretaris-generaal en huidig voorzitter van de Publieke Omroep Harm Bruins Slot, directeur-generaal hoger onderwijs en wetenschap Jan Vrolijk en voormalig Jamby-medewerkers Adam Curry en Unico Glorie

Advocaat M. Wijngaarden van de verdachte ambtenaar S.E. had de politierechter hierom gevraagd. Hermans en de andere getuigen moeten duidelijkheid geven over de vraag wie op het ministerie van Onderwijs de opdracht heeft gegeven om valsheid in geschrifte te plegen.

In 2000 benaderde het ministerie Jamby met een mogelijke opdracht om het internetproject Kennisnet uit te bouwen. Uit het strafdossier, dat deze krant heeft ingezien, blijkt dat minister Hermans tot drie keer toe het bedrijf bezocht. Volgens de ambtenaren en Jamby gaf hij mondeling toestemming om de opdracht aan het bedrijf van Curry te gunnen.

De opdracht werd het bedrijf echter nooit gegund, omdat de juridische dienst van het departement ontdekte dat dit in strijd zou zijn met Europese aanbestedingsregels. Jamby eiste daarop een schadevergoeding, waar het ministerie op inging. De verdachte ambtenaren betaalden circa 495.000 euro aan het bedrijf; het bedrag was verdeeld over zeven BV's.

Volgens de advocaten van de vervolgde ambtenaren handelden hun cliënten uitsluitend als loyale ambtenaren en voerden zij alleen opdrachten van directeur-generaal Vrolijk uit.

Ook Hermans heeft zich vanaf het begin persoonlijk sterk bemoeid met het dossier, aldus de advocaten. Zo zou hij tijdens een bespreking geïnformeerd hebben hoe lang een eventuele juridische procedure zou duren, mocht iemand het ontduiken van de aambestedingsregels aanvechten. Toen een ambtenaar antwoordde dat dat wel enkele jaren zou duren, zei Hermans volgens één van de verdachten dat hij ,,het nemen van risico's niet erg vond''. Hermans weigert commentaar op de zaak.

Vrolijk ontkent iedere betrokkenheid. Volgens hem heeft hij alleen tegen een van de verdachten, voormalig directeur ICT S.E., gezegd dat hij een redelijke schikking met Jamby moest treffen. Dat bij de afhandeling daarvan valsheid in geschrifte is gepleegd heeft hij nooit gemerkt, aldus Vrolijk in het strafdossier.

Waarschijnlijk zal de zaak pas over enkele maanden worden voortgezet. Na de niet-openbare verhoren door de rechter-commissaris zal de politierechter het dossier doorsturen naar de meervoudige kamer.