Werkstraf geëist in proces tegen Maurice de Hond

AMSTERDAM - Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vandaag een taakstraf van 240 uur geëist in een smaadproces tegen opiniepeiler Maurice de Hond. Aanklager Fred Bijlsma vroeg daarnaast om een voorwaardelijke celstraf van één maand.

De Hond zou de gevangenisstraf alsnog moeten uitzitten als hij binnen twee jaar 'klusjesman' Michael de J. (Jong) weer publiekelijk noemt als eigenlijke dader in de Deventer moordzaak, aldus de officier van justitie. De opiniepeiler moet van hem ook ieder contact met de klusjesman en diens vriendin vermijden.

Het OM heeft De Hond voor de rechter gedaagd naar aanleiding van een aangifte wegens smaad door de klusjesman en zijn vriendin. De Hond vindt dat hij het volste recht heeft om zijn mening over de Deventer moordzaak te ventileren, omdat zijn beschuldigingen goed onderbouwd zijn en gebaseerd op controleerbare bronnen. Hij zegt ook een algemeen belang te dienen, want in zijn ogen zit de fiscaal-jurist Ernest Louwes al jaren ten onrechte vast voor de moord op de 60-jarige weduwe Jacqueline Wittenberg in 1999.

De opiniepeiler verwijt justitie een tunnelvisie te hebben in deze zaak. ,,Het feit dat het OM in gebreke blijft, is verontrustend. En waar de macht ontspoort, moet de burger wel spreken.''

De officier van justitie meent daarentegen dat De Hond de klusjesman en zijn vriendin niet straffeloos in het openbaar mag betichten van een zeer ernstig misdrijf waarvoor zij nooit zijn veroordeeld. ,,Verdachte heeft er echter voor gekozen om, met gebruikmaking van zijn netwerk als publieke figuur, een media-offensief te openen waartegen De J. en zijn partner zich amper konden verdedigen.''

De Hond hield zijn verweer voor de rechtbank in Amsterdam grotendeels zelf. De opiniepeiler wilde op die manier uitdrukking geven aan de rol van kritisch burger, die hij zichzelf toedicht. Zijn advocaat Peter Plasman noemde de strafeis bij het slot van de zitting ,,extreem hoog''.

Overigens houdt De Hond zijn oordeel over de klusjesman sinds eind december 2006 voor zich. Hij doet dat op last van de civiele rechter, die hem verbood De J. nog langer aan te wijzen als de werkelijke moordenaar van Wittenberg. Hij werd toen ook veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van ongeveer 100.000 euro. Tegen de uitspraak loopt nog een hoger beroep.