Belager aanpakken blijft risico

Staatssecretaris Teeven kent bij zelfverdediging meer rechten toe. Maar dan moeten ook in het strafproces stappen worden gezet, zegt de Amsterdamse advocaat Peter Plasman. ‘Anders is het een fopspeen.’

AMSTERDAM - Bij twijfel gaat een verdachte in het Nederlandse strafrecht vrijuit. Maar als er wordt getwijfeld over de vraag of iemand uit noodweer heeft gehandeld, krijgt die persoon het voordeel van de twijfel niet.

Dat is een tegenstrijdigheid, zegt advocaat Peter Plasman. “Waar we normaal gesproken liever een schuldig iemand vrijspreken omdat er onvoldoende bewijs is, wordt een beroep op noodweer niet gehonoreerd als we niet weten wat er gebeurd is. dan En nemen we dus welbewust het risico dat een onschuldige vast komt te zitten.”

We moeten onszelf beter verdedigen, zegt staatssecretaris Fred Teeven. Bij een misdrijf moet de burger voor zichzelf en anderen opkomen. En de impliciete boodschap is dat justitie daarbij wel wat door de vingers zal zien. Dat zelf ingrijpen wil wel eens uit de hand lopen, vaak genoeg met het gevolg dat ook het slachtoffer of iemand die hem te hulp schoot, met de strafrechter te maken krijgt.

In de volksmond heet dat de omgekeerde wereld en Teeven ziet dat ook zo.

Zijn premie voor mensen die, om het maar zo te zeggen, niet als eerste zijn begonnen, is: bij twijfel wordt u niet in voorlopige hechtenis genomen.

“Maar,” zegt Plasman, “wat heb je daaraan als je een paar maanden later alsnog moet voorkomen en alsnog tegen een veroordeling aanloopt, omdat de rechter je beroep op noodweer verwerpt omdat het onvoldoende aannemelijk is geworden? Terwijl je handelingen legitiem waren: het beschermen van lijf en spullen of iemand te hulp schieten.”

De Amsterdamse advocaat ziet een voorzichtige kentering, maar het valt nog altijd niet mee een beroep op noodweer (zelfverdediging) of noodweerexces (te ver gaan door een hevige gemoedstoestand) gehonoreerd te krijgen.

“Nu geeft de wet ruimte voor alles. Noodweer kan door de rechter naar believen worden ingevuld. Het wordt helemaal aan de rechtspraktijk overgelaten. Wil dat veranderen, dan moet het Openbaar Ministerie stappen zetten. Teeven zet al een grote stap, maar hij zal ook moeten bekijken hoe de beoordeling van een beroep op noodweer ter zitting plaatsvindt, anders is het een doekje voor het bloeden. Het is best aardig om te zeggen: we zetten je niet in voorlopige hechtenis, maar belangrijker is het om een beroep op noodweer of noodweerexces kansrijker te maken.”

Plasman verdedigt een jongeman die in 2008 als escort een klant bezocht, ten onrechte dacht dat het een vrouw betrof en door deze mannelijke klant, naar eigen zeggen, onder bedreiging van een mes werd verkracht. Er is over en weer gestoken, het werd een bloedbad en de klant heeft daarbij het leven gelaten.

“Mijn cliënt is door de rechtbank veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf. We zullen nooit weten wat er precies is gebeurd en daarom zegt de rechtbank dat een beroep op noodweer niet kan slagen. In hoger beroep zegt de advocaat-generaal iets vergelijkbaars: als je niet weet wie de agressor en wie de belaagde was, kan een beroep op noodweer niet slagen. En hij zegt erbij: als het andersom was geweest en de klant had het overleefd, dan hadden we hem vervolgd. Dat betekent dat hier kennelijk twee schuldigen zijn, terwijl eigenlijk wel vaststaat dat er een belager is geweest en iemand die zichzelf verdedigde. Met andere woorden: er wordt vijftig procent kans genomen dat je de onschuldige opsluit. En dat voor vijftien jaar!”

“Als er niets is wat noodweer uitsluit, dan moet je een beroep op noodweer honoreren als je niet weet wat er is gebeurd. Een slachtoffer dat met enig geweld heeft ingegrepen, moet bijna bewijzen dat van noodweer sprake was, terwijl dat in veel gevallen onmogelijk is. De formulering luidt dat het voor de rechter aannemelijk moet zijn geworden dat van noodweer sprake is geweest. Maar dat is altijd een hoge drempel geweest en het is nog steeds erg moeilijk.”

“Dus terwijl de staat zegt: kijk niet meer toe, maar doe wat, denken de meeste mensen: ja, maar wat overkomt mij dan? Dat kan een belemmering zijn om in te grijpen, omdat je niet weet hoe het achteraf beoordeeld wordt. Als jij de bewijslast hebt en het lukt niet, dan heb je verloren. Bij twijfel wordt een verdachte vrijgesproken, maar iemand die zich op noodweer beroept krijgt het voordeel van de twijfel niet en wordt veroordeeld tenzij noodweer vaststaat.”

Als de politie het niet meer aankan, zegt Plasman, roept een overheid de burgers altijd op om zelf weerbaar te zijn of in te grijpen. “Dat is een golfbeweging. Als de bescherming van de overheid volledig is, wat nooit het geval zal zijn natuurlijk, bestaat er geen noodzaak tot zelfverdediging. Maar wat doen mensen op het platteland die weten dat het een half uur duurt voordat de politie er is? Die zetten een knuppel achter de deur.”

Dat brengt hem weer op zijn punt: “En als we dan gaan roepen, zoals Teeven, dat het slachtoffer meer rechten moet krijgen, dan moet die handschoen ook opgenomen worden: hoe veranderen we de positie van deze mensen in het strafrecht? Het een kan niet zonder het ander.”

“Stel: een winkelier doodt een overvaller. Hij wordt niet opgepakt, want het zou wel eens noodweer kunnen zijn geweest. Dat is een situatie die Teeven wil. Maar er zijn geen beelden, geen getuigen en het wordt ter zitting niet aannemelijk dat het een kwestie was van wie er het eerst zou schieten. Als daarover twijfel blijft bestaan, moet zo iemand het voordeel van de twijfel krijgen.”

“Ik weet ook wel dat het verdomd lastig is, want als je de eisen versoepelt, kan een situatie ontstaan dat een dader vrijuit gaat, maar daar leggen we ons in andere situaties wel bij neer. Een groep Hells Angels is getuige geweest van de moord op twee van hen, en daar zat de dader of zaten de daders bij. Doordat ze allen zwegen, kon de rechter de moordenaar niet aanwijzen en gingen ze allemaal vrijuit.”

In bijna geen enkele strafzaak, zegt Plasman, komt de waarheid volledig boven tafel.

“Dat is een probleem voor mensen die uit noodweer handelen, want juist zij hebben er belang bij dat alles op tafel komt, anders blijven ze aan de pan hangen. En de boodschap ‘we gaan het soepeler bekijken’ is een fopspeen als je aan de kant van de veroordeling geen ruimte maakt. Dan geef je de verkeerde boodschap.”