Doelwit voor het eerst bij liquidatiezaak

Voor het eerst kwam in de liquidatiezaak het doelwit van een moordplan zelf naar 'de bunker'. Crimineel George van Dijk vertelde hoe verdachte Fred Ros zijn leven heeft verziekt.

Als George van Dijk alsnog wordt vermoord, weet de rechtbank wie het gedaan heeft. ''Mijn dood ligt in zíjn handen. Wanneer mij of mijn kinderen de kogels om de oren vliegen, weet u nu dat u meneer Fred Ros verantwoordelijk kunt houden,'' fulmineerde de telg uit een beruchte Hilversumse onderwereldfamilie tegenover de rechtbank.

Van Dijk zit zelf ook weer eens vast, omdat hij het huis van zijn broer met een jachtgeweer heeft beschoten ('eens barst de bom'). Hij had zich vanuit de cel naar 'de bunker' laten brengen om als beoogd moorddoelwit zijn zaak te volgen - en de gelegenheid te baat te nemen als slachtoffer een verklaring af te leggen. Zijn leven is kapot. Door alle dreiging is hij van zijn vrouw en zijn drie kinderen weg.

Zo zat de gespierde Van Dijk achter in de zaal te schamperen tegen de al minstens zo gespierde Ros. Die beschouwt Van Dijk op zijn beurt als 'een dorpsgek'.
Het strafdossier rond het nooit uitgevoerde moordplan telt twee verdachten: Ros en kroongetuige Peter la Serpe, die de opdracht zou hebben doorgespeeld naar een Albanese 'huurmoordenaar': Andrea P.

De kroongetuige bezocht Ros in 2004 en 2005 in de gevangenis. Ros zou hem tijdens een van die bezoeken een briefje hebben gegeven met de naam en het telefoonnummer van Andrea P., en 'Nederhorst den Berg': de woonplaats van George van Dijk. La Serpe moest de Albanese uitvoerder inschakelen. Die zou 50.000 euro krijgen voor de moord.

La Serpe begon vervolgens naar eigen zeggen 'te manoeuvreren'. Enerzijds wilde hij 'de zaak stuk maken' door het plan aan de recherche te melden. Ondertussen deed hij wat van hem verwacht werd, om in het milieu geen argwaan te wekken. Hij gaf P. de moordopdracht bij McDonald's - er zijn ook foto's van gemaakt - en kreeg later tijdens een door de recherche geobserveerde ontmoeting 'een verlanglijstje' van P., met een verzoek om zaken zoals een uzi, een auto en die 50.000 euro.

Niet alleen La Serpe speelde echter dubbelspel, ook Andrea P. ging naar de politie. Tot paniek van La Serpe lichtte die politie Ros midden in de nacht uit zijn cel, om hem te melden dat hij van de moord moest afzien. La Serpe dacht dat de recherche hem in weerwil van de beloofde geheimhouding 'kapot had gegooid' (had laten vallen), vreesde voor represailles en raakte in paniek. Hoe dan ook: de liquidatie ging niet door.

La Serpe is verontwaardigd nu hij ondanks zijn dubbelrol toch als verdachte is bestempeld, omdat hij de moord op Van Dijk mee voorbereidde. ''Als ik had gewild dat het was doorgegaan, was het doorgegaan.''

De rechtbank ziet een flinke reeks aanwijzingen in het dossier die La Serpes lezing onderstrepen. Voor het eerst tijdens het proces besloot Ros te reageren.

''La Serpe is inderdaad bij me op bezoek geweest, om te vragen of ik wapens kon leveren. Ik had mijn adresboekje nog in mijn cel liggen en vroeg hem nog een keer terug te komen,'' aldus Ros. ''Die tweede keer heb ik hem inderdaad een briefje gegeven, alleen met de naam en het nummer van P., die wapens verkocht. Met een moord heeft dat allemaal niks te maken.''

De rechtbank en justitie hadden nog wel wat vragen, nu Ros voor het eerst zijn mond open deed na al het zwijgen bij de politie. Ros gaf steeds vriendelijk antwoord ('ik praat liever met u'), maar bleef bij zijn punt. ''Ik weet van niets, ik heb geen opdracht voor een moord gegeven, ik ben daar niet mee bezig.''