Weekendschool opent deuren voor toekomstperspectief

Kinderen hebben lang romantische ideeën over hun toekomst. Vaak worden die ingegeven door hun ouders, de omgeving en televisiebeelden. Kinderen uit achterstandswijken krijgen minder prikkels op dit vlak. Omdat ze ook niet kunnen terugvallen op rolmodellen lopen ze sneller het risico in een uitzichtloze situatie te belanden. Niet als ze naar de Weekendschool gaan. Daar krijgen ze een keur aan mogelijkheden voorgeschoteld die hun toekomst kan verrijken.

De vriendenboekjes staan er in de eerste jaren van de basisschool vol mee. Meisjes willen later graag verpleegster, juf of kapster zijn. Jongens zijn vast van plan door het leven te gaan als brandweerman, piloot of avonturier. Kinderen van 10 jaar en ouder krijgen wat realistischer beelden. Ze hebben om zich heen kunnen kijken en vinden het beroep van vader, moeder, oom, tante of een vriend leuk.

Eenzaam
Voor kinderen in achterstandswijken werkt het allemaal wat anders. Daar kwam psycholoog Heleen Terwijn midden jaren negentig achter tijdens een meerjarig onderzoek in de Bijlmer onder de leeftijdsgroep
10-14 jarigen. Kinderen, zo bleek, stonden er enorm eenzaam voor als het ging om het nadenken over hun toekomst. Hun ouders vonden wel dat hun kroost het beter moest krijgen en een diploma moest halen. Waarvóór ze een diploma moesten halen was, daar hadden ze niet zo’n idee van. Alleen dokter en advocaat pasten in dat plaatje, omdat dat de enige ‘hoge’ beroepen waren die ze kenden. Terwijn in een eerder interview: ‘Bij een slechte CITO-score lag de toekomstdroom om dokter of advocaat te worden in duigen. Veel kinderen kregen het idee dat ze gefaald hadden en ze dachten vooral dat er voor hen niets interessants te doen zou zijn’.

Shelley viel al tijdens de kleuterjaren op door haar leergierigheid. Haar ouders die in een cafetaria werken, noemden haar de professor van het gezin. Shelley nam altijd aan dat ze later ook in diezelfde zaak zou gaan werken. Totdat ze op de Weekendschool zag wat de mogelijkheden waren. Nu heeft ze heel andere plannen en wil ze ooit lerares biologie worden.

Veel kinderen werden in het moeilijke proces van opleiding en beroepskeuze aan hun lot overgelaten. Terwijn kon haar deprimerende onderzoeksresultaten bij de gemeente neerleggen en het daarbij laten, maar ze zocht verder. Er moest iets nieuws komen. Terwijn: ‘Het besef dat elk kind talenten heeft en dat het er uiteindelijk om gaat iets te vinden waar jij goed in bent, leefde helemaal niet. Je was ongeveer verloren als je geen hoge schoolopleiding kon gaan volgen.’

Inspiratie
Ze zag dat het belangrijk was al op jonge leeftijd veel toekomstmogelijkheden te zien én de eigen talenten te ontdekken. Inspiratie te krijgen van mensen met passie voor hun vak. En zo werd het concept van de Weekendschool geboren. Een school die het beste in kinderen naar boven moet halen, als er van nature weinig stimulans in de omgeving is. Terwijn vond een partner in handelshuis IMC dat zorgde voor de nodigde financiën. De naam van de school was zo snel gevonden: IMC Weekenschool. Na de eerste vestiging in de Bijlmer in 1997 volgden er nog acht.
Natalie van Gelder, hoofd onderzoeksgroep IMC Weekendschool: ‘De tweede school kwam na behoefteonderzoek in Amsterdam Noord. Het was erg spannend in die tijd of het concept ook daar aan zou slaan. Je hebt toch met andere bevolkingsgroepen te maken – meer autochtonen – dan in de Bijlmer die destijds voor een belangrijk deel bestonden uit Antillianen en Surinamers. Datzelfde gold voor de derde vestiging in Amsterdam-West. Dat was rond de tijd van de discussies over de Marokkaanse jeugd. Maar het concept bleek overal aan te slaan. We hebben nu ook vestigingen in Den Haag, Utrecht, Nijmegen, Groningen, Rotterdam en Tilburg.’

Motivatie
De werkwijze is even eenvoudig als doeltreffend. De vestiging heeft contacten met scholen in achterstandswijken. Elk jaar werven zij kandidaten onder leerlingen van groep 7. De kinderen moeten aangeven waarom ze naar de Weekendschool willen komen. Ze krijgen ook de vraag voorgelegd of ze het vol kunnen houden om drie jaar lang elke zondag te komen. Niet voor elk kind is dat weggelegd, omdat er verplichtingen zijn zoals sportclubs, hobbies, kerk of moskee. Voor kinderen uit gebroken gezinnen die om het weekend niet in dezelfde stad verblijven, is het ook nauwelijks mogelijk om steeds aanwezig te zijn.
‘We pikken de meest gemotiveerde kinderen eruit. Dat moet ook wel, want we hebben per vestiging maar 40 plaatsen per leerjaar, terwijl zoveel meer kinderen willen komen. Kinderen moeten dus ook die energie erin willen steken’, legt Van Gelder uit. Motivatie staat bij de leiding van de scholen niet gelijk aan prestatie. ‘Dat is een misvatting. We gaan ervan uit dat elk kind talenten heeft.’ Het systeem draait voor een belangrijk deel op gastdocenten. ‘Dan gaat het om mensen die vanuit hun eigen passie en enthousiasme kennis overdragen. De beroepen passen in de 15 vakken die we in drie jaar tijd behandelen. Denk maar aan geneeskunde, recht, journalistiek, sterrenkunde, ondernemen, film. Vooraf spreken we met gastdocenten de aanpak goed door.’

Hashim ging voorheen van school naar huis om daar alleen maar televisie te kijken. Buiten spelen mocht niet van zijn moeder. Met klasgenootjes afspreken, lukte bijna nooit. De Weekendschool was een soort ontsnapping voor hem uit het saaie dagritme van de zondag. Van een bijna depressieve jongen veranderde hij in een ondernemende puber.

Stage
Advocaat Carolien Pentinga heeft een paar jaar meegedraaid als gastdocent. Zij werkt bij Plasman Advocaten en kwam dus ook samen met Peter Plasman les geven over strafrecht. ‘Ik vind het een prachtig initiatief’, zegt ze. ‘Het idee dat kinderen geïnspireerd raken en blijven geloven in hun dromen. Je leert ze echt iets en ze raken geïnteresseerd. Ik zag dat ook aan het enthousiasme van de kinderen. We hebben te maken gehad met kinderen die zonder meer talent hadden om te pleiten. Peter zei naderhand: je bent bij deze over tien jaar aangenomen op ons kantoor.’
Het meest treffend vindt ze nog altijd de motivatie. ‘Ga er maar aanstaan om op 10-jarige leeftijd de moed op te brengen om er elke zondag weer te zijn. Dat vergt nogal wat van je! Motivatie die je vooral uit jezelf moet halen. Er waren ook kinderen die het thuis moeilijk hadden. Het hoort niet uniek bij deze doelgroep, maar het komt wel voor. Die kinderen moet je ook ruimte kunnen bieden. Of kinderen die eerst teruggetrokken waren, maar naderhand toch uit hun schulp kropen. Het gaat eigenlijk om meer dan het vak ‘recht’ alleen. Ze moeten ook leren voor een groep te gaan staan, de pleiten en te argumenteren. Daar heb je altijd wat aan.’
Het is het aspect waarop ook Natalie van Gelder hamert: kinderen leren niet alleen vakken. Een jongetje op
school zei het een keer erg treffend: ‘Op de Weekendschool leer je echte dingen’. ‘Dat is ook zo. Sociale vaardigheden zijn minstens zo belangrijk. Onze drie peilers zijn verbreden van perspectief, vergroten van het zelfvertrouwen en versterking van de verbintenis met de samenleving. Dat zit in meer dan alleen kennis. Dit zorgt ervoor dat kinderen een duidelijker toekomstperspectief hebben. Dat ze volhardend worden in het bereiken van hun ideaal. Wij krijgen ze binnen vanaf
10 jaar. Als ze nog volop nieuwsgierig zijn en voor heel veel openstaan. Het is bekend dat die natuurlijke drang afneemt naarmate kinderen ouder worden. Juist tot die 14 jaar kunnen we ze veel extra’s bieden, zoals compromissen sluiten, onderhandelen, het eigen standpunt verdedigen. Dat is allemaal erg waardevol. Krijgen ze dit soort impulsen niet, dan ligt uitzichtloosheid veel meer op de loer.’

Jair was volgens zijn basisschool een lastige dominante jongen. Het eerste jaar op de Weekendschool had hij het moeilijk. In het tweede jaar leek het ook die kant op te gaan toen hij weer een voorzittersrol opeiste. Zijn groepje wilde alleen een ander onderwerp voor een film kiezen dan hij had voorgesteld. Hij legde zich daarbij neer zonder boos te worden en werkte net zo hard als alle anderen mee om de film tot een succes te maken.

Ouders
Een teer punt in het geheel is de thuisbasis. Die is lang niet altijd ideaal. Tot dit jaar heeft de IMC Weekendschool zich vooral gericht op de kinderen, omdat hun motivatie belangrijk is voor deelname. ‘Het klopt dat we ouders op een bepaalde manier links hebben laten lig- gen. We zien wel het belang van ouders en de thuissituatie. Het is voor de leerlingen fijn als ze thuis het een en ander kunnen vertellen, dat hun ouders geïnteresseerd zijn en naar de diploma-uitreiking komen. Dat is alleen niet voor iedereen weggelegd. Dit jaar zijn we begonnen met huisbezoeken om een beter beeld van de leerlingen te krijgen. Soms helpt dat om een kind beter te ondersteunen. Als ouders beter weten wat hun kind doet, kunnen zij er op hun beurt ook meer voor hem of haar zijn.’
Inmiddels is een groep oud-leerlingen ook gevraagd naar de ervaringen en de manier waarop ze de kennis nog gebruiken of toepassen. ‘Het blijkt dat ze voor een groot deel wel een duidelijker beeld van hun toekomst hebben. We zouden over tien jaar weer eens moeten onderzoeken hoe zij er dan voor staan. Ze kunnen dan zelf ook beter de waarde van de tijd bij ons onder woorden brengen.’